Wat we kunnen leren van de ‘Amish’

Bij eenvormigheid begint er bij mij altijd iets te jeuken. Ik heb simpelweg behoefte aan ambiguiteit, omdat de wereld gewoon niet zo simpel is dat 1 oplossing volstaat. En nu het erop lijkt dat business-success altijd synoniem is met hippe, technologisch-georienteerde startups, ga ik op zoek naar voorbeelden van ‘succes’ van een geheel andere orde. En zo stuitte ik op deze studie van Kraybilt, Nolt en Wester uit 2011 over de Amish en hun opvallende succes in het runnen van bedrijven.

 

Meet The Amish!

Bottomline en langjarig feit: minder dan 5% van de Amish-bedrijven gaan failliet. Dit is een zeer laag percentage, het Amerikaans gemiddelde ligt namelijk op 49%. Hoe krijgen ze dit structurele succes voor elkaar?

Op basis van de studie heb ik een schema opgesteld met een ‘balans’ waarin je aan de ene kant de liabilities van de Amish ziet staan, en aan de andere kant hun assets.

 

Amish_success

 

De liabilities geven een aantal factoren aan die ervoor zorgen dat det Amish-bedrijven in feite een bepaalde achterstand hebben op reguliere ondernemingen. Voorbeelden van deze factoren zijn: een aversie tegen technologie, het leven in een landelijke setting en de lage formele scholing (Amish-kinderen genieten slechts tot hun 14e van formeel onderwijs). En omdat we allemaal weten dat ‘technologie’ en ‘opleiding’ kritische succesfactoren zijn voor bedrijven, is het des te verbazingwekkender dat de Amish deze nadelen weten te compenseren. Welke assets maken dit mogelijk?

Aan de basis van een Amish-gemeenschap en haar waarden staan hun religieuze overtuigingen. In een business-context is hiervan vooral herkenbaar de hulpvaardigheid ten opzichte van elkaar. Deze hulpvaardigheid uit zich in een systeem waarin Amish-people voor elkaar garant staan waar het gaat om schades, ziekte en ouderdom. Hierdoor worden hoge kosten van ‘verzekeren’ vermeden. Daarnaast is het systeem van trusteeship opvallend: als een bedrijf in moeilijkheden verkeert, wordt door en binnen de Amish-gemeenschap een raad van trustees benoemd, die samen met de leiding van het bedrijf orde op zaken stelt. Hierdoor wordt uberhaupt al in veel gevallen een faillisement voorkomen, hetgeen op haar beurt weer zorgt voor een betere kredietwaardigheid bij banken en leveranciers.

Voor wat betreft culturele waarden zorgt spaarzaamheid voor een conservatieve houding ten opzichte van leningen en vermogen: er wordt zeer spaarzaam omgegaan met investeringen die niet direct bijdragen aan de ontwikkeling van het bedrijf, inkomens die uit het bedrijf worden getrokken zijn niet hoger dan noodzakelijk, en een houding van ‘je kunt niet uitgeven wat je niet hebt’, zorgt voor lage financiele risico’s.

Eerlijkheid zorgt voor een basis van vertrouwen binnen de Amish-gemeenschap, maar ook daarbuiten; zelden worden er schriftelijke contracten gesloten, hetgeen op zichzelf al zorgt voor aanzienlijke kostenbesparingen in de Amerikaanse juridische wereld.

Qua werk-ethiek wordt werk beschouwd als ‘goed’, hard werken als ‘beter’. Luiheid wordt niet geaccepteerd. Daarnaast zijn Amish-people bijzonder pragmatisch en vindingrijk, wellicht juist door hun niet-technologische samenleving. Voor ieder probleem vinden ze wel een oplossing.

Bijzonder is het Amish-systeem van apprentice-ship. Amish-jongeren stoppen op hun 14e weliswaar al met formele scholing, maar gaan daarna aan de slag als apprentice in een Amish-onderneming. Al naar gelang hun talenten en interesses worden ze dan in minimaal 4 jaar opgeleid in 1 of meerdere crafts. En ook het runnen van een bedrijf wordt op deze manier aan de jongeren overgebracht.

Op sociaal gebied bestaan Amish-bedrijven voor meer dan 80% uit Amish-people, wat leidt tot een versterking van de Amish-waarden in iedere onderneming. Er zijn uitgebreide bedrijfs-netwerken waarin Amish-bedrijven veel kennis delen; ze ontmoeten elkaar op regionale en nationale basis regelmatig in gatherings en wisselen dan ideeen en ervaringen uit. Ook hier is de basis ‘elkaar helpen'; uiteraard is er sprake van concurrentie, maar deze zal nooit in de weg staan van de hulpvaardigheid. Buiten de eigen gemeeschap worden speciale bijeenkomsten georganiseerd om niet-Amish bedrijven kennis te laten maken met Amish-producten, en vice versa.

Tenslotte hebben alle Amish-waarden zoals hiervoor genoemd, geleid tot een ijzersterk brand, waarvan de symbolische en financiele waarde niet onderschat moet worden. Made by Amish staat in Amerika, en steeds meer wereldwijd, garant voor kwaliteit, eerlijkheid, soberheid en hard-work. ‘Waarden´ waar vele consumenten zich mee willen identificeren en bereid zijn (extra) voor te betalen.

 

Tot slot: het is natuurlijk maar hoe je succes definieert. Maar dat de Amish een bijzonder trackrecord hebben in het runnen van hun ondernemingen, staat wel vast. Dat ze daarenboven ook nooit op zoek zijn naar steeds meer en zeker niet op zoek zijn naar maximising wealth, is iets wat mij persoonlijk wel aanspreekt. Meer dan een startup die vindt dat hij succes moet definieren als ‘het aantal maanden dat het duurt voordat we het bedrijf voor een maximale prijs kunnen verkopen aan Google’.

Brexit …

Om met de deur in huis te vallen: het valt mij erg op hoe de keuze van de Britten getrokken wordt in het economische domein. Zoals tegenwoordig alle politieke discussies verworden tot financiele schermutselingen.

Voor mij gaat de EU niet om economisch profijt; en volgens mij is de oorspronkelijke drijfveer voor een Europese gemeenschap ook een hele andere.

Dus hoezo: uitrekenen wat het de EU- en de Britse burger kost en opbrengt?

Laten we met elkaar eens andere, meer-fundamentele vragen leren stellen. Over samen-leven, over veiligheid, nabijheid, buur(t)schap. Dat we – als politiek en als maatschappij – ternauwernood over deze mentale grenzen heen willen stappen, vind ik heel wat zorgelijker dan de begrenzingen van onze natie-staten en onze nationale boekhoudingen.

Anders kijken naar ‘Pensioen’ – deel 1

‘Wij’ werken al een fors aantal jaren (decennia) in & aan de wereld van pensioenen. En zoals vaker: van binnenuit zie je niet altijd scherp (wellicht een vorm van bijziendheid). Van buitenaf daarentegen krijgen we zo langzamerhand een ander perspectief op ‘pensioenen’.

Het is dit perspectief – met 1 been binnen de sector en 1 been erbuiten – dat we graag willen delen. Niet om dit te verkondigen ‘als waarheid’, maar omdat echte vernieuwing is gebaat bij zoveel mogelijk perspectieven.

 

De complexiteit is (te) groot.
Discussies over pensioen worden voornamelijk gevoerd tussen intellectuelen, wetenschappers en vakgenoten en zijn (al lang) niet meer te volgen voor de individuele deelnemer die (daardoor?) doorgaans maar matig is geïnteresseerd.
Weliswaar wordt in de recente studies naar het nieuwe pensioenstelsel de ‘begrijpbaarheid voor betrokkenen’ als criterium meegenomen, maar het is slechts 1 van de vele. Ik vrees dus met grote vreze voor de complexiteit van het ‘nieuwe’ pensioenstelsel, nog even afgezien van eventuele overgangsproblematiek.

En aan de (arme) communicatie-adviseur wordt maar keer op keer gevraagd om een complexe voorziening ‘simpel’ uit te leggen: een onmogelijke opgave!
Wordt het niet tijd om te beseffen dat ‘hoge complexiteit’ een belangrijke indicator is voor onbestuurbaarheid. En dat ‘vereenvoudiging’ de sleutel zou moeten zijn voor vernieuwing? Want zoals mijn vader mij altijd voorhield: “teken niets wat je niet begrijpt”.

 

Er wordt veel gepraat over deelnemers, er wordt weinig gepraat met deelnemers.
‘Deelnemen’ in de letterlijke zin heeft betrekking op ‘meedoen’; dit is een actief werkwoord. De retorische vraag luidt: in hoeverre doen ‘deelnemers’ actief mee in alles wat hun pensioen aangaat?
Wellicht is het ooit wel zo bedoeld geweest; maar zoals we nu omgaan met het pensioen van onze deelnemers kunnen we niet anders zeggen dan dat er een enorme afstand bestaat in kennis, informatie en betrokkenheid tussen de uitvoerende instituten en de (verplichte) deelnemers. Het zijn onze pensioen-instituten die de macht op dit gebied bezitten, en gelijktijdig al jarenlang hun onvermogen laten zien om bruggen te slaan en deelnemers adequaat en actief te informeren. Laat staan dat ze in staat zijn hen ‘echt’ te betrekken en een gelijkwaardige dialoog aan te gaan over essentiële ‘life’-beslissingen.

En dan hebben we nog niet over het volwaardig betrekken van ‘de deelnemer’ bij discussies en keuzes over het nieuwe pensioenstelsel …

 

 

Pensioen wordt beschouwd als een product, en niet als een service …
Te vaak merken we dat vrijwel de volledige aandacht uitgaat naar het (technische) pensioen-product: de verzekering die tot uitkering komt bij een vooraf afgesproken event.

 

Maar ‘pensioen’ is veel meer …

Het merendeel van de aandacht die aan het pensioenproduct wordt besteed gedurende zijn lange levenscyclus, heeft te maken met ‘service’. Of het nu het administreren en periodiek informeren is van deelnemers; het incasseren van premies of zelfs het behalen van een zo hoog mogelijk rendement voor de deelnemer of het maken van keuzes: het zijn allemaal diensten/services die wij rondom dit product hebben ingericht. Sterker nog: bezien vanuit een puur productperspectief, worden sommige pensioenproducten zelfs nimmer afgenomen: denk aan nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen.

Zo lang we dit ‘product-perspectief’ blijven behouden, zal het slaan van bruggen met deelnemers moeilijk zo niet onmogelijk blijven.

 

Samenvattend

Gekoppeld aan de – deels exogene – ontwikkelingen van de afgelopen jaren die geleid hebben tot een snelle afbouw van het robuuste, vertrouwenwekkende imago van ‘de Nederlandse pensioenen’, loopt de sector als geheel het risico te veel vertrouwen en draagvlak te verliezen en kan het zich alleen nog staande houden dankzij (verouderde) wetgeving. Dit kan geen lang leven beschoren zijn.
Hoog tijd dus voor andere manieren van kijken, denken & werken. Maar daarover graag een volgende keer!

Op zoek naar disruptie bij woco’s met woco’s

In een werksessie hebben we samen met een 12-tal managers/directeuren werkzaam bij woningbouwcorporaties gewerkt aan het vinden van nieuwe business-modellen. Waarbij vooral de vraag centraal stond: ‘waar moet het heen met de woningcorporatie-branche in de komende jaren?’.

Een impressie…, aan de visuele uitwerking van het eindresultaat wordt gewerkt.

 

IMG_0235 IMG_0238 IMG_0239 IMG_0241 IMG_0242

Onze (eerste) IntroCLASS Innovatie: design thinking

Nog niet zo lang geleden hebben we onze eerste IntroCLASS Innovatie training gegeven. Een training die in één dag een overview geeft van het Design Thinking proces. Tijdens deze dag hebben we continu de uitwerkingen en resultaten vastgelegd. Met dank aan Camile Smeets, die ons creatief heeft bijgestaan.

In een 1-daagse werksessie bedenken we voor een echte casus een veelheid aan oplossingen en ‘prototypen’, zo veel als mogelijk in fysieke vorm. Waarbij we sterk steunen op Design Thinking als ontwerp- en innovatieproces. Deze aanpak levert oplossingen op die in principe meteen praktisch toepasbaar zijn. Deze toetsen we naderhand dan ook bij de opdrachtgever. In 2 á 3 minuten worden de oplossingen gepitcht. Ons programma…

 

IMG_0380

 

Om een impressie te geven hier het IntroCLASS Innovatie filmpje van onze eerste try-out. En een selectie beelden van de zowel de eerste als de tweede IntroCLASS Innovatie.

 

IMG_0410 IMG_0411

IMG_0412 IMG_0413 IMG_0414IMG_0652IMG_0656IMG_0662

 

 

 

 

Design Thinking: eindelijk een aanpak die me aanspreekt!

Onlangs (september 2015 issue) heeft Harvard Business Review een artikel uitgebracht over de volwassenheid van Design Thinking. Een ‘must read’ als je mij vraagt. Maar dan, ik ben al zo gekleurd…

 

https://hbr.org/2015/09/design-thinking-comes-of-age